Beroepsgeheim

Artsen kennen van oudsher het medisch beroepsgeheim.
Dit houdt in dat de arts niets, maar dan ook niets, van wat hij van patiënten hoort of weet, doorgeeft aan anderen. Alles wat aan de huisarts wordt verteld valt hieronder. Zelfs het gegeven dat iemand op het spreekuur is geweest, of juist niet, valt onder dit beroepsgeheim.

Het beroepsgeheim geldt in principe naar iedereen, dus ook naar gezins- en familieleden, maar ook naar bv.werkgevers, Arbo-artsen(bedrijfsartsen), verzekeringsartsen, advokaten, etc.
Bij Arbo- of verzekeringsartsen en advokaten, maar soms ook binnen gezinnen of families, spelen er soms belangen die door de huisarts niet op hun waarde kunnen worden geschat.

Zo’n beroepsgeheim kan wel eens overdreven overkomen. Toch is het een groot ding.
Het betekent bv. dat (oudere) kinderen bij de huisarts vrijuit kunnen spreken en vragen, zonder dat hun ouders daarvan te weten komen, maar ook dat slachtoffers, en daders, van (seksueel) geweld veilig hun verhaal kunnen doen, en dus ook advies en hulp kunnen krijgen. Het betekent dat illegalen medische zorg kunnen krijgen. Het betekent dat mensen met een geslachtsziekte goed behandeld kunnen worden, of mensen met een (voor de omgeving onbekende) verslaving. Ga zo maar door.

Alles wat u de huisarts vertelt valt dus onder dit beroepsgeheim.
Dit medisch beroepsgeheim strekt zich ook uit over de andere werkers in de praktijk, de assistentes en de praktijkondersteuners. Als “verlengstuk” van de huisarts zijn ook zij aan dit beroepsgeheim gebonden.

Bij minderjarige kinderen hebben de ouders wel het recht om alle informatie van hun kind te kennen. Bij gescheiden ouders hebben dus beiden dat recht!
Bij kinderen vanaf ongeveer 12 jaar moet er door de arts een individuele inschatting worden gemaakt of het beroepsgeheim in het belang van het kind is, of juist niet. Dat kan moeilijk zijn.

Er zijn wel situaties waarin dit beroepsgeheim kan, of zelfs moet, worden doorbroken, bv. als hiermee gevaar of beschadiging kan worden voorkomen. Zelfs dan verdient het echter de voorkeur om eerst toestemming van de betrokkene te verkrijgen.

Het beroepsgeheim geldt niet voor de informatie in verwijsbrieven. Door de verwijzing en de toestemming tot het maken van een verwijsbrief geeft de patiënt impliciet toestemming om alle relevante informatie aan de andere behandelaar door te geven. Deze behandelaar, dus bv. de specialist, is vervolgens ook weer gebonden aan zijn beroepsgeheim.

Medische verklaringen
Zeer veel instanties vragen voor allerlei doelen een medische verklaring. Dit kwam dermate vaak voor, en om zulke onbenullige redenen, dat de landelijke artsenvereniging(KNMG) hier een richtlijn over heeft geformuleerd.
Deze richtlijn geeft aan dat een behandelend (huis)arts geen medische verklaring schrijft maar dat de betreffende instantie zelf een onafhankelijke arts hiervoor moet aanwijzen. De (huis)arts-patiëntrelatie kan dan zuiver blijven en wordt niet beïnvloed door medische verklaringen met soms grote konsekwenties voor de patiënt.